Zoals Jozef
Gezien door God, afgewezen door mensen
Soms hoor je een Bijbels verhaal en besef je ineens: dit gaat niet alleen over toen, maar ook over nu. Het verhaal van Jozef bracht me terug naar mijn 17e levensjaar, het jaar waarin ik werd gepest omdat ik uitkwam voor mijn geloof in Jezus.
Dinsdagavond kwam Marco terug van de discipeltraining van onze kerk. Hij vertelde wat hij die avond had geleerd over het leven van Jozef, de onderkoning van Egypte; over Jozefs weg vol beproevingen en lijden. Hij werd in een diepe put gegooid, als slaaf verkocht, doodverklaard, vals beschuldigd en gevangen genomen. En toch was, dwars door al deze ellende heen, de zegenende hand van de Here op Jozefs leven. Jozef ontving dromen en kon die verklaren, hij kreeg kansen en steeds meer verantwoordelijkheid en werd na een jarenlange ‘karaktertraining’, onderkoning van Egypte en herenigd met zijn vader en broers.
“De HEER stond Jozef terzijde, zodat hij in alles slaagde. Jozef werkte in het huis van zijn Egyptische meester.” Genesis 39:2
Dit deed mij sterk denken aan een periode in mijn leven waarin ik iets van Jozefs leven heb geproefd….
Na de havo ging ik naar de school voor Toerisme. Ik had net belijdenis gedaan in mijn kerk en ik gloeide in mijn binnenste van de aanwezigheid van de Here. In de eerste schoolweek mocht ik, voorin de klas, iets over mezelf vertellen. Ik zei: “Hallo allemaal, ik ben Yolanda,” vertelde wat persoonlijke dingen en dat ik christen was. Ik voegde eraan toe dat het me leuk leek om de dagen samen te beginnen en iets te leren over elkaars geloof: de ene dag een stukje lezen uit de Bijbel, een andere dag bijvoorbeeld uit de Koran, en ook een dag niets lezen, voor degene die niets gelooft 😊.
Vanaf dat moment gebeurde er iets. Ik kan het niet anders omschrijven dan dat er iets in de geest veranderde. Vanaf die dag werd ik door bijna alle klasgenoten – zelfs door meiden met wie omging – vreemd behandeld. Sommigen begonnen spottend het ‘Onze Vader’ te zingen als ik in de buurt was, of ze begonnen vieze en schunnige verhalen te vertellen tegen me. Ik werd beschuldigd, genegeerd of buitengesloten en zelfs achterna getrapt. Ik begreep toen nog niet goed hoe de geestelijke wereld werkte, maar ik zag wél duidelijk het verschil tussen vóór en na mijn introductieverhaal.
Het pesten was zo erg, dat een moeder van een klasgenote mijn moeder eens belde om te zeggen hoe verdrietig ze het voor mij vond. Ik was verbaasd maar ook bemoedigd, want mijn moeder en ik kenden deze vrouw niet, en ook na dit telefoongesprek hebben we elkaar nooit ontmoet. Aan het einde van het jaar, toen ik had besloten van school te wisselen, vertelde een andere klasgenote aan mij dat zij ook christen was, maar dat ze daar niet voor uit durfde te komen.
Menselijkerwijs was het een verschrikkelijk jaar. Maar toch had ik Gods kracht om altijd in de Liefde te blijven, en ervaarde ik heel sterk dat Gods hand op mij was. Ik voelde me letterlijk beschermd en wist diep van binnen: God zorgt ervoor dat wat ik doe, voorspoedig zal gaan.
Een paar van die momenten kan ik helder terughalen, momenten waarin ik Zijn gunst en zegenende hand in mijn leven zag:
Het eerste moment is de dag dat ik bloemen mocht uitdelen, ik zat in een hostessteam. In dit team zaten meiden uit verschillende klassen, met de meeste had ik een hele goede klik, behalve ‘Marjo’ (niet haar echte naam), zij kwam uit mijn eigen klas.
Als hostess kreeg ik mooie beoordelingen en feedback en mocht ik bijvoorbeeld bloemen uitdelen wanneer er gastsprekers kwamen. Ik zie me nog met een grote en mooie bloemenbos in mijn handen naar voren lopen, terwijl mijn klasgenote Marjo met hoorbare verontwaardiging fluisterde: “Waarom mag Yolanda altijd de bloemen uitdelen?” Ik vond het vervelend dat ze zich zo hard had uitgesproken. Niet voor mezelf, maar voor haarzelf, omdat ze hiermee geen hoge ogen gooide naar de gastspreker, naar onze docente en naar de andere hostessen.
Op dat moment ervaarde ik heel duidelijk de zegen van de Here, maar tegelijkertijd ook de harde kritiek en afwijzing van ‘de wereld’. Marjo haar te hard uitgesproken woorden diende beide doelen.
Als tweede moment kan ik me nog goed herinneren dat ik mocht werken op een grote conferentie in Groningen. Onze hostessgroep mocht assisteren bij de kapstokken, in de zaal en bij de ingang. Omdat het een drukbezochte conferentie was die de hele dag duurde, was het zwaar werk – zeker in onze polyester rokjes, panty’s, jasjes en knellende hoge hakken. Maar die dag had de Here een bijzondere plek voor mij voorbereidt. Ik mocht in mijn eentje helpen in de green-room: een stijlvol ingerichte, rustige ruimte waar alleen de vips, waaronder de sprekers, mochten eten en drinken. Ik had daar een hele ontspannen en gezellige dag. Toen ik even naar het toilet liep zag ik mijn collega-hostessen. Ook Marjo was druk bezig met het innemen van de jassen en tassen, ze had een rood aangelopen, bezweet gezicht. Ze mopperde ondertussen dat het geen leuk werk was en dat ze hard moest werken. Daardoor besefte ik nog sterker dat ik een bijzondere plek had gekregen in de green-room, een cadeautje uit de hemel. Ik was God zo enorm dankbaar voor de plek die ik daar mocht hebben, mijn licht voor Hem straalde die dag daardoor nog sterker.
Aan het einde van de conferentie waren de organisatoren vol lof over mij en kreeg ik een prachtige beoordeling en schreven ze er liefdevolle en persoonlijke woorden bij. Deze woorden kwamen binnen als warme Hemelse knuffels.

Foto van de conferentie in Groningen. Dit is een deel van de hostessgroep die daar mocht assisteren. Achter ons staat de organisatie van die dag. -Marjo staat niet op de foto-
In de jaren daarna heb ik vaak gedacht aan mijn klasgenoten. Ik bid voor hen dat zij Jezus mogen leren kennen, en ik bid dat ze met terugwerkende kracht begrijpen dat ik zo verliefd was op Jezus, dat ik niet kon zwijgen. En ik dank de Here voor alle klasgenoten die inmiddels hun leven aan Jezus hebben gegeven. Dank U Jezus!
De Here heeft mij altijd beschermd. Hij heeft mij nooit verlaten. En net als bij Jozef heb ik mogen ontdekken dat mijn identiteit niet ligt in wat mensen zeggen of doen, maar in wie ik ben in de ogen van de Koning.
Misschien lees je dit terwijl je zelf in een moeilijke periode zit. Weet dan: God ziet je. Houd je vast aan Hem; Hij is trouw en Hij houdt onvoorwaardelijk veel van jou.
Ik bid je toe dat je weet dat God jou, dwars door vervolging, pesten en elke moeilijke weg heen, beschermt. Jij bent Zijn geliefde kind.
De Here is met je geweest en zal dit altijd zijn, Hij was en is altijd trouw. Hij heeft je nooit verlaten en Hij blijft je leiden naar plekken waar je steeds meer groeit naar Zijn gelijkenis. Ook wanneer je het zelf niet zag, was God in jouw leven aan het werk. Hij heeft je gedragen, beschermd en opgebouwd.
Hij heeft jou verheven naar de allermooiste plaats. Jij bent een Koningskind, gezeten in de Hemelse gewesten, je bent een geliefd kind van je Hemelse Vader – je bent veilig in Zijn handen.
