Van laatste naar leider

Ik liep helemaal achteraan tijdens de survivaltocht, moe van de zware rugtas en ervan overtuigd dat anderen de weg beter wisten dan ik. Maar toen we weer verkeerd liepen en ik uiteindelijk de kaart in handen kreeg, liet God me zien dat als wij bereid zijn, Hij ons capabel maakt.

De Ardennen survival

Het is 2009 en ik zit in het tweede leerjaar van de Pabo. Dit jaar stond er een driedaagse survivaltocht naar de Ardennen gepland. Ik wist totaal niets van survivallen en had geen idee wat ons te wachten stond.

Marieke, mijn huisgenote, wist wel wat me te wachten stond. Zij had het jaar daarvoor met haar klas dezelfde tocht gedaan.

Een gewaarschuwd mens...

Toen ik haar vertelde dat ik zou gaan survivallen, ging Marieke rechtop zitten en veranderde de toon van haar stem, ze sprak met urgentie, en zei:“Yolanda, dit is geen vakantie. Jullie moeten echt goed voorbereid zijn, je moet aan de bak! Je moet goede spullen meenemen: goede schoenen, een goede rugtas, niet te veel spullen, warme kleren, een lichtgewicht tent en genoeg eten om het vol te houden. Want je gaat het zwaar krijgen.”

 

De zin om mee te gaan survivallen zakte op dat moment van een matig enthousiasme naar ver beneden het vriespunt.

Het bleef daar niet bij. Ze voegde er nog aan toe:
“Yolanda, als jullie de weg naar de overnachtingsplek niet kunnen vinden, heb je pech. Dan kan het zomaar gebeuren dat je midden in de nacht, je tent moet opzetten.”

Toen ze uitgesproken was, nam ik me iets voor:
“Wat er ook gebeurt tijdens deze survival met de klas, we gaan niet verdwalen! Ik wil niet verdwalen! Na een lange dag sjouwen de tent moeten opzetten in het donker? Dat gaat mij niet overkomen!”

Een goede voorbereiding

Ter voorbereiding ging ik naar een winkel voor stevige wandelschoenen en kocht een paar waarop ik goed kon lopen. Mijn ouders hadden een grote rugtas voor mij geregeld, vol vakken, ritsen, straps en elastieken.

De tent regelden we met z’n drieën: twee vrienden, Dianne en Taede, zouden samen met mij in één tent slapen. De tentspullen konden we over onze drie rugtassen verdelen, net als de pannen, het kookstel en het eten. Dat scheelde al ietsjes.

De zware tocht begint

In de Ardennen aangekomen stond er een groep mannen in blauwe t-shirts ons op te wachten. In mijn herinnering was het een groep gespierde mannen die eruitzagen alsof ze bezig waren met een militaire opleiding, en wij hun recruten waren voor deze week.

Ze gaven ons de opdracht om een leider aan te wijzen die de kaart zou lezen en ons door de Ardennen zou leiden. Er zaten niet veel jongens in de klas, maar de jongens die er waren, staken hun handen op en wilden de kaart wel lezen. Het merendeel, waaronder ik, koos hen als leiders.

En toen vertrokken we.

 

Dianne en ik vonden het meteen zwaar. We waren net kamelen, met onze rugzak vol spullen: een ligmatje, slaapzak, voedsel, kleding, onderdelen van de tent, handdoek, slippers, tentmateriaal en natuurlijk ook wat make-up.

Al snel zakten we steeds verder naar achteren en hadden we moeite om de groep van fitte klasgenoten bij te benen. De nieuwe schoenen waren wel ingelopen, maar urenlang lopen over hobbelige ondergronden was een heel ander verhaal. Het duurde niet lang of wij waren met z’n tweeën de ‘bezemwagen’.

Verdwalen is geen optie

Ik hoorde klasgenoten zeggen: “We zijn waarschijnlijk verkeerd gelopen.” Oh nee, dat was slecht nieuws.

Maar de jongens herpakten zich en dachten de juiste route weer te hebben gevonden, dus stapte de klas weer vrolijk door. We liepen zo een tijdje, totdat de kaartlezers opnieuw aangaven dat ze niet zeker waren of ze wel de juiste weg hadden gekozen. Hun vastberadenheid, de zekerheid waarmee ze in de eerste uren spraken, verdween als sneeuw voor de zon.

Ondertussen raakten er steeds meer klasgenoten ontmoedigd. We kregen wat gezelschap in de achterhoede. De frisse, vrolijke gezichten veranderden in bezorgde blikken. Ook onze kaartlees-leiders waren niet meer zo enthousiast. Er was een leraar mee van de Pabo, hij was er alleen bij om een oogje in het zeil te houden. Hij had zich nog niet met onze groepsprocessen bemoeid. Toen bleek dat we een rondje hadden gelopen, greep hij in.

De kaart in handen

Mijn leraar besprak met de groep of het een optie was om iemand anders als kaartlezer te kiezen.

 

Kaartlezen, zou dat voor mij een optie zijn? Mijn hersenpan maakte overuren. Ik dacht: “Yolanda serieus? Ga je overwegen om je aan te bieden als kaartlezer? Je verdwaalt zelfs al in een gewone winkelstraat.”

Maar toen dacht ik aan mijn missie: We gaan niet verdwalen!  Dus zei ik vastberaden: “Ik wil die kaart wel gaan lezen.”

Er werd gestemd en een moment later kreeg ik de kaart en alle verantwoording in handen.

Bovennatuurlijke leiding

Op dat moment voelde ik me net als in de Matrix en leek het alsof de Here me op bovennatuurlijke manier een hele snelle upload gaf, hoe ik het kaarlezen kon aanpakken.

Ik verkende de omgeving, zag de heuvels, bepaalde waar we konden zijn en ging dit opzoeken op de kaart. Mijn ogen vielen op een watertje waar we langs liepen. Daar waren er stukken minder van dan heuvels, dus bedacht ik: als ik kan timen hoe lang het duurt om langs dit watertje te lopen, weet ik ook hoe lang een vlak stuk duurt. Ik gebruikte mijn handen als meetlat. Mijn wijsvingertop, 1,5 cm, duurde bijvoorbeeld 10 minuten aan wandelen. Daardoor kon ik al heel snel bepalen dat we goed aan het lopen waren.

Andere kaartlezer?

Alles ging goed, ik bleek een goede kaartlezer. Een supergoede kaartlezer zelfs, want we kwamen op tijd aan op onze overnachtingsplek. Dank U Heer!

De volgende dag gaf de klas de routekaart maar wat graag in mijn handen. We gingen die dag ook een stuk fietsen. Ook hier lukte het mij moeiteloos om de route te vinden.

Tijdens de fietstocht begonnen een paar meiden uit de klas te morren; zij wilden ook wel eens de kaartlezen. Ze hadden de groep overgehaald om opnieuw te stemmen, en niet veel later kregen zij de kaart in handen. Nu had ik mijn handen voor het eerst weer vrij om rond te kijken en te genieten van de prachtige uitzichten. Een half uur later ontdekten ze dat kaartlezen toch iets moeilijker was dan ze hadden gedacht. We moesten een stuk terugfietsen, en al snel zaten we ook daar verkeerd.

Toen zei onze leraar: “Geef de kaart alsjeblieft weer aan Yolanda.” Dit vind ik nog steeds een bijzonder moment, want eigenlijk moest dit een groepsbesluit zijn. Toch was het ook heel tof dat de leraar zo veel vertrouwen in mij uitsprak. Met de kaart in mijn handen, reden we weer verder. Het lukte mij om de goede route te vinden en dankzij Gods inzicht en hulp, waren we weer ruim op tijd op de camping.

 

Echt wonderlijk! 

Een boodschap voor jou en mij

Lief kind, loop je nu achteraan? Weet dan dat Ik jou heb bedoeld om vooraan te lopen, als kaartlezer.

Jij hebt de beste routekaart: de Bijbel, die gaat je de weg wijzen, de beste en snelste weg.

 

Ook al hebben koningen en andere leiders de kaart vast, dat betekent nog niet dat ze de juiste richting aan het volgen zijn. Velen zijn verdwaald.


Jij, Mijn kind, bent geroepen voor een tijd als deze.

Je bent geroepen om voorop te lopen.

Ben je bereid? Dan maak Ik je capabel.

 

In deze tijd zijn steeds meer mensen op zoek naar een goede gids.

Jij mag ze leiden.

Vertel ze over Mij.

 

Blijf altijd in contact met Mij, dan leid Ik jou naar de plek waar je kunt uitrusten, naar de plek waar je Mij voor altijd zult ontmoeten.

En jij?

God heeft vertrouwen in jou. Hij heeft jou bedoeld om de leiding te nemen en het pad te volgen dat Hij heeft uitgestippeld. Ga je vooraan lopen met Zijn kaart in je handen?

Christem-2

Christem-2

Artikelen: 12